top of page

Overstemmen bij prikkelverwerking en autisme

Bijgewerkt op: 3 mrt.

Prikkels overschreeuwen in achtbaan

Voor veel mensen met autisme vormt het omgaan met prikkels een dagelijkse uitdaging. Traditionele reacties omvatten het bestrijden van de prikkel of ervan weglopen. Maar er is nog een minder bekende reactie: 'overstemmen'. Overstemmen houdt in dat iemand een nog krachtigere prikkel creëert op het zintuig waar hij of zij al last van heeft, bijvoorbeeld hard schreeuwen in een lawaaiige achtbaan. Het kan een voortdurende prikkel zijn die de persoon zelf controleert. Maar waarom zou iemand dit doen als ze al last hebben van prikkels?


Het geeft hen een gevoel van beheersing. Ze kunnen kiezen welke prikkel ze ervaren, het is voorspelbaar en ze hebben controle over de duur ervan. Dit voorspelbare aspect vergemakkelijkt de verwerking ervan door het brein.


Hier zijn enkele voorbeelden van overstemmen:


  • Iemand neuriet tijdens de hele les om het geluid van de klas te overstemmen.

  • Een kind fladdert met zijn handen of gebruikt een handdoek voor de ogen tijdens de schoolpauze om de bewegende kinderen te overstemmen.

  • Iemand gebruikt veel saus op al zijn eten vanwege de wisselende en onvoorspelbare smaken.

  • Iemand snijdt zichzelf tot bloedens toe vanwege een druk hoofd.


Overstemmen kan op alle zintuigen voorkomen, en het is belangrijk om het te herkennen als een reactie op overgevoeligheid, niet als een zoektocht naar prikkels vanuit ondergevoeligheid. Hoe kun je het verschil zien? Let vooral op de context. Is er al een lastige prikkel aanwezig geweest voordat de persoon begon met overstemmen? Het begrijpen van overstemmen helpt bij het ondersteunen van mensen met autisme bij het omgaan met prikkels in hun omgeving. Wil je meer weten over het omgaan met prikkels en zintuiglijke problemen, lees dit extra lange blogartikel. Ik ben benieuwd naar jouw reactie bij de commentaren.


Zintuigen en hoe ze werken.


Handen raken elkaar

Om een dieper inzicht te krijgen in sensorische prikkelverwerking, is het belangrijk om de basisbeginselen van de zintuigen te begrijpen en hoe ze functioneren. Hieronder volgt een overzicht van de vijf zintuigen - gezicht, gehoor, reuk, smaak en tast - en een beknopte uitleg van hun rol bij het waarnemen van de wereld om ons heen.


Zicht (Visueel): Het zintuig van het zicht stelt ons in staat om visuele informatie uit onze omgeving waar te nemen. Het oog ontvangt lichtstralen en zet deze om in elektrische signalen die naar de hersenen worden gestuurd. De hersenen interpreteren deze signalen en vormen ze om tot visuele indrukken, zoals kleuren, vormen en bewegingen.


Gehoor (Auditief): Het gehoorzintuig stelt ons in staat om geluiden waar te nemen en te verwerken.

Geluidsgolven worden opgevangen door het oor en doorgegeven aan het trommelvlies. De trillingen worden vervolgens via de gehoorbeentjes in het binnenoor omgezet in elektrische signalen die naar de hersenen worden gestuurd. De hersenen interpreteren deze signalen en geven ons een gevoel van geluid, zoals toonhoogte, volume en richting.


Reuk (Olfactorisch): Het reukzintuig stelt ons in staat om geuren waar te nemen en te onderscheiden. Geurmoleculen zweven door de lucht en worden opgevangen door de reukreceptoren in het neusslijmvlies.

Deze receptoren sturen signalen naar de hersenen, waar ze worden geïnterpreteerd en geassocieerd met bepaalde geuren en herinneringen.


Smaak (Gustatoir): Het smaakzintuig stelt ons in staat om verschillende smaken te proeven. Smaakreceptoren op de tong en in de mond reageren op chemische stoffen in voedsel en dranken. Deze receptoren sturen signalen naar de hersenen, waar ze worden geïnterpreteerd als zoet, zuur, zout, bitter of umami.


Tast (Tactiel): Het tastzintuig stelt ons in staat om aanrakingen, druk, temperatuur en pijn waar te nemen. Tastreceptoren in de huid en andere delen van het lichaam reageren op verschillende stimuli.

Deze receptoren sturen signalen via de zenuwen naar de hersenen, waar ze worden geïnterpreteerd als verschillende sensaties, zoals warmte, kou, druk of pijn.


Deze zintuigen werken samen om ons een volledig beeld te geven van onze omgeving en ons te helpen communiceren, navigeren en reageren op verschillende stimuli.


Principes van zintuiglijke verwerking

Een goed begrip van de principes van zintuiglijke verwerking is van cruciaal belang om te kunnen begrijpen hoe mensen met autisme prikkels waarnemen en verwerken. Deze principes bieden inzicht in hoe sensorische input wordt ontvangen, geïnterpreteerd en verwerkt door het zenuwstelsel. Hieronder worden enkele belangrijke principes uiteengezet die een rol spelen bij de sensorische ervaring van mensen met autisme.


  1. Sensorische overgevoeligheid en ondergevoeligheid: Mensen met autisme kunnen zintuiglijke overgevoeligheden of ondergevoeligheden ervaren. Overgevoeligheid kan leiden tot intense reacties op prikkels, terwijl ondergevoeligheid resulteert in minder respons op prikkels.

  2. Sensorische integratie: Dit verwijst naar het vermogen van het zenuwstelsel om informatie van verschillende zintuigen te verwerken en te organiseren tot zinvolle reacties. Bij mensen met autisme kan dit proces verstoord zijn, wat leidt tot moeilijkheden bij het filteren en integreren van sensorische informatie.

  3. Sensory seeking en sensory avoiding: Sommige mensen met autisme zoeken actief sensorische stimulatie (sensory seeking), terwijl anderen sensorische prikkels vermijden (sensory avoiding). Dit kan variëren afhankelijk van individuele voorkeuren en sensitiviteiten.

  4. Sensorische hiërarchie: Niet alle zintuigen zijn gelijk. Voor sommige mensen met autisme kunnen bepaalde zintuigen prominenter zijn dan andere. Bijvoorbeeld, iemand kan gevoeliger zijn voor auditieve prikkels dan voor visuele prikkels.

  5. Zintuiglijke overbelasting: Dit treedt op wanneer een persoon wordt blootgesteld aan te veel sensorische informatie tegelijkertijd, wat kan leiden tot stress, angst en overprikkeling. Het verminderen van de hoeveelheid prikkels of het bieden van rustige, gecontroleerde omgevingen kan helpen bij het omgaan met zintuiglijke overbelasting.

Door rekening te houden met deze principes kunnen we beter begrijpen hoe mensen met autisme prikkels ervaren en hoe we ondersteuning kunnen bieden die aansluit bij hun individuele behoeften en sensitiviteiten.


Identificeren van over- en ondergevoeligheden


Het identificeren van over- en ondergevoeligheden bij prikkelverwerking vereist observatie en bewustwording van individuele reacties op verschillende zintuiglijke prikkels. Hier zijn enkele stappen en voorbeelden om deze sensitiviteiten te identificeren.


  1. Observatie: Let op subtiele reacties op verschillende zintuiglijke prikkels in verschillende omgevingen en situaties.

  2. Luisteren naar de persoon: Vraag naar hun ervaringen en gevoelens met betrekking tot verschillende zintuiglijke prikkels. Neem hun feedback serieus.

  3. Let op non-verbale signalen: Let op lichaamstaal, gezichtsuitdrukkingen en gedragingen die kunnen wijzen op over- of ondergevoeligheid voor bepaalde prikkels.

Voorbeelden van overgevoeligheid


  • Auditief: Overdreven reacties op plotselinge of harde geluiden, zoals het bedekken van de oren bij het horen van een alarmsirene.

  • Visueel: Overmatig ongemak bij fel licht of drukke visuele patronen, zoals vermijden van drukke winkelcentra vanwege de visuele overstimulatie.

  • Tactiel: Sterke afkeer van bepaalde texturen van kleding of voedsel, zoals het weigeren van kleding met tags of het vermijden van voedsel met een bepaalde consistentie.

  • Geur: Overgevoeligheid voor bepaalde geuren, waardoor misselijkheid of hoofdpijn kan ontstaan, zoals het vermijden van parfums of schoonmaakproducten.

Voorbeelden van ondergevoeligheid


  • Auditief: Moeite hebben om subtiele geluiden waar te nemen, zoals het niet reageren op iemand die praat als er achtergrondgeluid is.

  • Visueel: Minder gevoelig zijn voor visuele details, zoals het niet opmerken van rommel op een bureau.

  • Tactiel: Weinig respons op pijnlijke stimuli, zoals niet reageren op een schram of schaafwond.

  • Geur: Minder gevoeligheid voor bepaalde geuren, zoals niet reageren op een brandlucht in de keuken.

Door aandacht te besteden aan deze signalen en het bespreken ervan met de persoon met autisme, kunnen we hun sensitiviteiten beter begrijpen en passende ondersteuning bieden.


Sensiorische prikkels

Naast de vijf zintuigen zijn er ook andere prikkels denkbaar, ook deze sensorische prikkels kunnen te hard of te zacht binnenkomen, denk hierbij aan:


  1. Proprioceptie: Dit is het gevoel van de positie en beweging van het lichaam in de ruimte. Het stelt ons in staat om onze ledematen te coördineren en ons bewust te zijn van onze lichaamshouding.

  2. Vestibulaire sensatie: Dit heeft betrekking op het gevoel van evenwicht en beweging, geregeld door het vestibulaire systeem in het binnenoor. Het helpt bij het handhaven van stabiliteit en oriëntatie.

  3. Interoceptie: Dit is het vermogen om interne lichamelijke sensaties waar te nemen, zoals honger, dorst, vermoeidheid en emoties. Het geeft ons bewustzijn van onze fysiologische toestand.

  4. Thermoceptie: Dit is de sensatie van temperatuur, of het nu warmte of kou is. Het stelt ons in staat om ons aan te passen aan verschillende klimatologische omstandigheden en onze lichaamstemperatuur te reguleren.

  5. Chronoceptie: Dit heeft betrekking op het gevoel van tijd, inclusief het vermogen om tijd te meten, te plannen en te begrijpen hoe lang gebeurtenissen duren. Het stelt ons in staat om ons dagelijks leven te organiseren en te beheren.

  6. Chemoreceptie: Dit is het vermogen om chemische prikkels waar te nemen, zoals geuren en smaken. Het stelt ons in staat om voedsel te proeven en gevaarlijke of aangename geuren te detecteren.

  7. Sociale sensorische prikkels: Dit omvat subtiele signalen in sociale interacties, zoals oogcontact, lichaamstaal, stemtoon en persoonlijke ruimte. Het stelt ons in staat om te communiceren en verbinding te maken met anderen.

  8. Nociceptie: Dit is het vermogen om pijn waar te nemen. Het stelt ons in staat om schade aan het lichaam te detecteren en te reageren om verdere schade te voorkomen.

  9. Kinesthesie: Dit is het gevoel van beweging en spierspanning, wat ons helpt bij het coördineren van bewegingen en het bewustzijn van de positie van ons lichaam in de ruimte.

  10. Endocriene prikkels: Dit omvat het waarnemen van hormonale veranderingen in het lichaam, die invloed hebben op stemming, energieniveaus en andere aspecten van fysiologie en gedrag.

  11. Metabole sensaties: Dit omvat het vermogen om veranderingen in metabolische processen waar te nemen, zoals honger, dorst en verzadiging, die ons helpen bij het reguleren van voedselinname en energiebehoeften.

  12. Immunoreceptie: Dit is het vermogen om veranderingen in het immuunsysteem waar te nemen, zoals ontstekingen of infecties, die ons helpen bij het detecteren van ziekte en het activeren van een immuunrespons.

  13. Emotionele prikkels: Dit omvat het waarnemen van emotionele signalen, zowel intern als extern, die ons helpen bij het herkennen en reageren op emoties bij onszelf en anderen.


Herkennen van gedrag dat gepaard gaat met over- en ondergevoeligheid

Gedrag dat gepaard gaat met over- en ondergevoeligheid voor sensorische prikkels kan variëren afhankelijk van het individu en de specifieke prikkel. Hier zijn enkele veelvoorkomende gedragingen die kunnen optreden bij overgevoeligheid (hypersensitiviteit). Vermijden van situaties met de betreffende prikkel (bijv. harde geluiden vermijden). Overdreven reacties op de prikkel, zoals fysieke pijn, angst of woede. Moeite hebben om te concentreren of te functioneren wanneer de prikkel aanwezig is. Ook kan het leiden tot fysieke reacties zoals hoofdpijn, misselijkheid of vermoeidheid.


Bij ondergevoeligheid (hyposensitiviteit) zie je mensen juist zoeken naar intense stimulatie om de sensorische input te verhogen (bijv. luid praten of knijpen in voorwerpen). Ook hebben ze vaak moeite om subtiele veranderingen in de prikkel waar te nemen. Men kan hierdoor risicovol gedrag vertonen om de prikkel te verhogen (bijv. te hard rijden om een gevoel van snelheid te krijgen). Het kan zijn dat men geen reactie vertoont op pijnlijke of ongemakkelijke prikkels.


Het is belangrijk op te merken dat deze gedragingen niet altijd duidelijk en consistent zijn, en dat individuen met sensorische verwerkingsproblemen verschillende strategieën kunnen gebruiken om met hun prikkelgevoeligheid om te gaan. Het kan nuttig zijn om samen te werken met een professionele zorgverlener, zoals een ergotherapeut of psycholoog, om gepersonaliseerde strategieën te ontwikkelen voor het omgaan met sensorische prikkels.


Indirecte strategieën om stress te verminderen

Het omgaan met sensorische prikkels is voor veel mensen een dagelijkse uitdaging, vooral voor diegenen die gevoelig zijn voor over- of onderstimulatie. Geluiden, lichten, aanrakingen en andere sensorische input kunnen snel overweldigend worden en stress veroorzaken. Gelukkig zijn er verschillende indirecte strategieën die kunnen helpen om stress te verminderen en veerkrachtiger te worden in het omgaan met sensorische prikkels. Hieronder worden enkele van deze strategieën beschreven, die gericht zijn op het aanpassen van de omgeving, het beheren van tijd, het ontwikkelen van stressmanagementtechnieken, het bevorderen van zelfzorg, het verbeteren van communicatie en het genieten van ontspannende activiteiten.


  1. Omgevingsaanpassingen: Pas de omgeving aan om de hoeveelheid sensorische input te verminderen of te reguleren. Dit kan het gebruik van gedimd licht, rustige kleuren en geluidsabsorberende materialen omvatten.

  2. Tijdmanagement: Organiseer activiteiten en taken op een manier die rekening houdt met de individuele behoeften en gevoeligheden voor sensorische prikkels. Dit kan betekenen dat er pauzes worden ingepland tussen activiteiten om overstimulatie te voorkomen.

  3. Stressmanagementtechnieken: Leer en oefen technieken voor stressmanagement, zoals diepe ademhaling, meditatie of progressieve spierontspanning. Deze technieken kunnen helpen om de algehele stressniveaus te verlagen en beter om te gaan met sensorische overbelasting.

  4. Zelfzorg: Moedig zelfzorgpraktijken aan, zoals voldoende slaap, gezonde voeding en regelmatige lichaamsbeweging. Een gezonde levensstijl kan helpen om het lichaam en de geest veerkrachtiger te maken tegen stressoren, inclusief sensorische prikkels.

  5. Communicatie: Communiceer openlijk en assertief over individuele behoeften en grenzen met anderen. Dit kan helpen om begrip en ondersteuning te krijgen bij het omgaan met sensorische prikkels in verschillende sociale en professionele situaties.

  6. Ontspannende activiteiten: Plan regelmatig tijd in voor ontspannende activiteiten die de zintuigen kalmeren, zoals luisteren naar rustgevende muziek, een warm bad nemen of tijd doorbrengen in de natuur.

Door het toepassen van deze indirecte strategieën kunnen individuen beter in staat zijn om stress te verminderen en veerkrachtiger te worden in het omgaan met sensorische prikkels in hun omgeving. Het kan nuttig zijn om deze strategieën aan te passen aan de specifieke behoeften en voorkeuren van elk individu.


Strategieën om met overgevoeligheden om te gaan

Voor individuen met overgevoeligheid voor sensorische prikkels kan het dagelijks leven een uitdaging zijn. Overstimulatie door geluiden, lichten, aanrakingen of andere sensorische input kan leiden tot stress, angst en overweldiging. Het is echter mogelijk om effectieve strategieën te ontwikkelen om met deze overgevoeligheden om te gaan en de impact ervan te verminderen. In deze blog zullen we enkele praktische strategieën verkennen die individuen kunnen helpen om hun overgevoeligheden te beheren en een gevoel van controle en welzijn te bevorderen.


  1. Identificeer triggers: Leer de specifieke sensorische prikkels kennen die overgevoeligheid veroorzaken. Door deze triggers te identificeren, kun je proactief situaties vermijden of erop voorbereid zijn wanneer ze zich voordoen.

  2. Creëer een veilige ruimte: Richt een rustige en comfortabele ruimte in waar je je terug kunt trekken als de sensorische prikkels overweldigend worden. Dit kan een plek zijn met gedempt licht, rustgevende kleuren en geluidsabsorberende materialen.

  3. Gebruik hulpmiddelen: Maak gebruik van hulpmiddelen die helpen om sensorische input te verminderen of te reguleren, zoals oordopjes, ruisonderdrukkende koptelefoons, zonnebrillen met getinte lenzen of gewogen dekens.

  4. Ontwikkel coping-strategieën: Leer en oefen verschillende coping-strategieën om met overgevoeligheden om te gaan, zoals diepe ademhaling, progressieve spierontspanning, visualisatie, mindfulness of geleide meditatie.

  5. Gebruik afleiding: Zoek afleiding door je te concentreren op andere activiteiten of interesses wanneer je geconfronteerd wordt met overweldigende sensorische prikkels. Dit kan helpen om de aandacht af te leiden en de stress te verminderen.

  6. Stel grenzen: Wees assertief en stel grenzen aan situaties die overgevoeligheid veroorzaken. Communiceer duidelijk met anderen over je behoeften en grenzen, en zoek naar compromissen die voor beide partijen acceptabel zijn.

  7. Gebruik sociale ondersteuning: Zoek steun bij vrienden, familie of professionals die begrip hebben voor je overgevoeligheden en je kunnen helpen bij het ontwikkelen van effectieve coping-strategieën.

  8. Zoek professionele hulp: Als overgevoeligheden ernstige belemmeringen vormen voor het dagelijks functioneren, overweeg dan om professionele hulp te zoeken bij een therapeut, psycholoog of ergotherapeut die gespecialiseerd is in sensorische verwerking.

Door deze strategieën toe te passen, kun je beter leren omgaan met overgevoeligheden en je algehele welzijn verbeteren. Het kan echter nuttig zijn om te experimenteren en verschillende strategieën uit te proberen om te ontdekken wat het beste werkt voor jouw specifieke behoeften.


Strategieën om met ondergevoeligheden om te gaan

Ondergevoeligheid voor sensorische prikkels kan leiden tot een verminderde waarneming van stimuli zoals geluiden, aanrakingen, geuren of smaken. Dit kan resulteren in een gebrek aan alertheid, moeite met concentreren en een verlangen naar intense stimulatie. Het omgaan met ondergevoeligheden vereist doordachte strategieën om de zintuigen te stimuleren en het welzijn te bevorderen. In dit artikel zullen we enkele effectieve strategieën verkennen die individuen kunnen helpen om beter om te gaan met ondergevoeligheden en hun sensorische ervaring te verrijken. Hier zijn enkele suggesties:


  1. Sensorische stimulatie: Probeer doelbewust sensorische input te verhogen door gebruik te maken van stimulerende activiteiten of materialen. Dit kan onder meer zijn: luisteren naar luide muziek, gebruik maken van tactiele stimulatie zoals een massage of het dragen van texturen die zintuiglijke input bieden.

  2. Regelmatige lichaamsbeweging: Fysieke activiteit kan helpen bij het stimuleren van de zintuigen en het verhogen van de alertheid. Kies activiteiten die een sterke sensorische input bieden, zoals zwemmen, trampolinespringen, of gewichtheffen.

  3. Gebruik van gewogen materialen: Gebruik gewogen dekens, kussens of vesten om diepe druk te bieden, wat kan helpen bij het verhogen van sensorische input en het bevorderen van ontspanning en alertheid.

  4. Gebruik van aromatherapie: Gebruik geuren en aroma's om de zintuigen te stimuleren. Essentiële oliën of geurkaarsen kunnen worden gebruikt om aangename geuren te verspreiden die de alertheid bevorderen.

  5. Variatie in texturen en materialen: Om sensorische input te verhogen, gebruik verschillende texturen en materialen in dagelijkse activiteiten. Dit kan variëren van het dragen van kleding met verschillende texturen tot het aanraken van diverse oppervlakken.

  6. Regelmatige pauzes: Neem regelmatig pauzes om sensorische input te verwerken en vermoeidheid te verminderen. Plan rustige momenten in de dag waarop je je kunt terugtrekken en ontspannen.

  7. Aanpassingen in de omgeving: Creëer een omgeving die sensorische stimulatie biedt, zoals het gebruik van felle verlichting, levendige kleuren en interessante visuele displays.

  8. Zoek professionele hulp: Raadpleeg een ergotherapeut of een sensorische integratiespecialist voor gepersonaliseerde strategieën en therapieën om met ondergevoeligheden om te gaan.


Door deze strategieën toe te passen, kunnen individuen beter leren omgaan met ondergevoeligheden en hun sensorische ervaring verbeteren, wat kan leiden tot een verhoogde alertheid en welzijn.


Tot slot

Door het toepassen van deze strategieën kunnen individuen beter leren omgaan met zowel over- als ondergevoeligheden en hun algehele welzijn verbeteren. Het is essentieel om te experimenteren en verschillende benaderingen uit te proberen om te ontdekken wat het beste werkt voor elk individu. Met de juiste strategieën kunnen ze een gevoel van controle herwinnen en hun dagelijks leven met meer comfort en veerkracht tegemoet treden.

23 weergaven0 opmerkingen

コメント


Help autismeportaal up-to-date te houden
Laat een eenmalige donatie achter en krijg toegang tot exclusieve blogs en programma's.

Bedankt dat je ons helpt het verschil te maken!

bottom of page